logo Erfgoedplatform Alphen aan den Rijn

Gemeentehuis van Oudshoorn (1653-1918)

De vergaderingen van het ambachtsbestuur en van schout en schepenen van Oudshoorn werden vanouds gehouden in het rechthuis annex gemeenlandshuis van Rijnland en Woerden. Later werd de herberg "De Star" vergaderruimte. Pas in 1860 werd een echt gemeentehuis in de Hooftstraat in gebruik genomen.

Vanouds lag het rechthuis van Oudshoorn in de Gnephoek. Op de plaats waar nu hotel-restaurant 's-Molenaarsbrug staat ('s-Molenaarsweg 2), lag vroeger een herberg waar schout en schepenen de vierschaar hielden en waar het ambachtsbestuur vergaderde. In de herberg was ook het gemeenlandshuis van Rijnland en van het Grootwaterschap van Woerden. In 1653 werd door het hoogheemraadschap van Rijnland toestemming verleend om aan het gebouw te maken 'een cappelhuysjen ende daerinne hangen een klockjen'. Met deze klok konden de inwoners van Oudshoorn en de Gnephoek worden gewaarschuwd dat er afkondigingen zouden plaatsvinden. In andere gemeenten werd daar de kerkklok voor gebruikt, maar Oudshoorn had in die tijd nog geen kerkgebouw.

In 1657 kocht Cornelis de Vlaming, ambachtsheer van Oudshoorn, het stuk grond genaamd 'De Sniep' van de ambachtsheer van Aarlanderveen en voegde dit toe aan zijn ambacht. Deze grond lag ten noorden van de uitmonding van de Kromme Aar en eindigde bij het begin van de Oudshoornseweg (globaal het gebied langs de huidige Hooftstraat). Waarschijnlijk werden vanaf die tijd de vergaderingen van schout en schepenen en van het ambachtsbestuur gehouden in de Sniep. Dit gebeurde in de herberg 'De Star', gelegen aan de Hooftstraat. In 1732 kocht herbergier Cornelis van Aken het recht van de ambachtsheer om alle vergaderingen van het ambacht en de polders in zijn herberg te mogen houden. De opeenvolgende eigenaren van de herberg verkregen dit recht eveneens, maar in 1860 veranderde dat.

Wat was het geval. In de raadsvergadering van 13 december 1859 werd besloten de secretarie in de herberg 'De Star' weer voor een jaar te huren. Na het sluiten van de vergadering werd het idee geopperd om tijdens de veiling van 22 december het huis van de onlangs overleden P.F. van der Steen, gelegen aan de Hooftstraat, te kopen. In de extra raadsvergadering van 21 december 1859 werd het onderzoek naar dit pand besproken. Na het gunstige verslag van de raadsleden S. Piek en H. Kloot werd met algemene stemmen besloten dat het nuttig, wenselijk en voordelig zou zijn een eigen gemeentehuis te bezitten, dat er een pand beschikbaar was dat na enige veranderingen zeer geschikt zou zijn en zeer gunstig lag in het middelpunt van de uitgestrekte gemeente. Burgemeester en wethouders werden gemachtigd het pand aan te kopen voor de maximale prijs van 2.300 gulden.Uiteindelijk werd het pand gekocht voor 1.980 gulden. Om iedere ingezetene van de gemeente in de gelgenheid te stellen zijn belangstelling wegens de aankoop te doen blijken, besloot de raad een som van 2.300 gulden op te nemen. Het bedrag werd verdeeld in 23 aandelen van honderd gulden tegen een jaarlijkse rente van 3%. Jaarlijks zouden er drie uitgeloot worden.

Aannemer en timmerman Pieter van Vliet nam de verbouwing van het pand aan voor 1.794 gulden. De voorgevel werd voorzien van nieuwe kozijn en een nieuwe monumentale voordeur. De benedenverdieping werd ingericht tot secretarie en tot woonhuis van de secretaris. De raadzaal werd op de bovenverdieping gesitueerd. De eerste raadsvergadering in het nieuwe gemeentehuis werd op 24 juli 1860 gehouden. Zonder echte feestelijkheden, maar wel met een passend toespraak van de burgemeester, werd de vergadering geopend. Tot 1918 bleef het pand aan de Hooftstraat 327 als gemeentehuis in gebruik.

Literatuur

  • F. de Wilde, Van kroegenpraat tot flexwerken, geschiedenis van de gemeentehuizen in Alphen aan den Rijn (Alphen aan den Rijn 2003), 16-18.
 

Erfgoedplatform Alphen aan den Rijn maakt gebruik van Erfgoednet 3.0 een product van Picturae